groep 1/2
Nina Ruis, Danielle Altheer, Marcella Steernberg


Logo 3000
slider placeholder
Groep 1: -de huid, het bot -ruw, glad -de zintuigen: horen, proeven, zien, ruiken -kietelen, giechelen, gieren (van de lach) -merken ("Merk jij ook dat het kouder wordt?") Groep 2: -boeken: het sprookjesboek, het leesboek, het woordenboek, het stripboek -bibliotheek, boeken uitzoeken, boeken terugzetten, lenen, lid zijn -de seizoenen/de jaargetijden: de zomer, de herfst/ het najaar, de winter, de lente/het voorjaar -het onweer: de donder, de bliksem, de regenbui -waarop, waarvoor ("Waarop zullen we zitten? Op de stoel of op de kruk?" "Waarvoor pak jij de schaar? Ik ga knutselen!")